1 inch = 25,4 millimeter. Om inch om te rekenen naar millimeter vermenigvuldig je met 25,4. Een inch is exact 2,54 cm, internationaal vastgelegd in 1959. Een millimeter is een duizendste meter.
Rekenvoorbeelden
0,5 inch = 12,7 mm (0,5 Γ 25,4)
2 inch = 50,8 mm (2 Γ 25,4)
12 inch = 304,8 mm (12 Γ 25,4)
Waar deze omrekening voorkomt
Inch kom je tegen bij schermdiagonalen, velgen, gereedschap en buizen; millimeter bij boor- en schroefmaten, neerslag, papier- en telefoonformaten. Schroefdraad, slangen en boren: 1/4 inch is 6,35 mm, 1/2 inch 12,7 mm en 3/4 inch 19,05 mm, daarom valt geen enkele inchmaat precies op een hele millimeter.
Snel schatten
Keer 25 en 1,6 % erbij: 4 inch β 100 mm, exact 101,6 mm.
Veelgemaakte fouten
Delen in plaats van vermenigvuldigen. Een millimeter is kleiner dan een inch, dus het getal moet groter worden: 0,5 inch = 12,7 mm.
Te vroeg afronden. Houd de volledige factor aan tot de laatste stap; wie 25,4 vooraf afrondt op 25, zit er bij grote waarden flink naast.